Kan niet en onmogelijk

Een week geleden deed ik iets wat ik nooit voor mogelijk had gehouden. Ja ik ben sterk, en ja ik heb een goede conditie maar ja, ik weeg ook bijna 100kg.

Anderhalf geleden kreeg ik mijn eerste racefiets. Als wielercommentator vond ik het een grote meerwaarde om zelf te gaan fietsen. Ik leerde er veel van.

Al snel ontdekte ik dat zelfs de kleinste stijginspercentages een uitdaging waren. Nee, laat mij maar tegen de wind in fietsen en nee, 50-60km is echt de max. Ik dacht in: ‘kan niet’ en ‘onmogelijk’.

In de weken voor de vakantie in de Provence fietste ik met mijn vader twee tochten. Die 60 kilometer werden er 70, zonder pauze. De snelheid ging omhoog maar belangrijker nog, het vertrouwen groeide door de coaching van mijn vader: de man waar mijn liefde voor het wielrennen ooit begon als klein meisje.

In Frankrijk deden we zondag een eerste verkenning. De Mont Ventoux torende boven ons uit. Hij was overal te zien als een treiterend mannetje dat zegt: kom maar, probeer het maar. Nee, ‘kan niet’ en ‘onmogelijk’.

10421155_728026833932351_2612336113137822390_n

Maar de eerste klim, de Madeleine, ging soepel. Zonder te pauzeren haalde ik de top. Ik was zo blij. Geen hyperventilatie, geen sterretjes voor mijn ogen en geen angst voor het klimmen waar ik in Limburg zo’n last van had. Nee, ik klom rustig en genoot.

De tweede tocht vond ik het jammer dat de klim al voorbij was. Ik zat net lekker in de ‘zone’. De derde dag leerde ik dat ondanks ongelooflijk zware benen, je daar toch doorheen kunt fietsen. Weer een wijze les. En het was pas dinsdag.

1796633_728026330599068_2447587576597312058_n

Op donderdag reden mijn vader en ik een mooie tocht door de Gorges de la Nesque, een klim van meer dan 20 kilometer. Ik reed hem fluitend, ik, die de Camerig al het meest gruwelijke vond wat ik ooit kon denken. Ik zou het gaan doen: die zaterdag, de Ventoux.

Vrijdag een rustdag maar ik sliep slecht. Ondanks de aanmoedigingen en ondanks het geloof dat mijn man, mijn vader en iedereen in mij stelde, kwam het ‘ik kan dit nooit-spook’ me bezoeken die nacht.

Het werd zaterdag en het weer was prachtig. We reden naar Sault. Nog even een zenuwachtig plasje in het meest smerige openbare toilet dat je je kunt voorstellen en dan van start.

Al snel waren mijn metgezellen uit het zicht verdwenen. Dit was iets wat ik alleen moest doen. Ik en de pedalen, het ritme in mijn hoofd en het gevecht tegen mijn gedachte: ‘je bent toch veel te dik om ooit een berg op te fietsen’. ‘Kan niet’ en ‘onmogelijk’.

Het was een zwaar begin ondanks de bescheiden stijgingspercentages. Maar het deed pijn. Al vanaf mijn vroegste sportcarrière, ik was een fanatiek en niet onverdienstelijk zwemmer, was ik een diesel. Op de fiets kom ik pas na een uur op gang. Maar dat eerste uur is het wel vechten tegen het willen opgeven.

P1000914

Na 55 minuten stopte ik. Tijd voor een reepje. Het deed pijn en de percentages gingen omhoog. De Spotify-playlist hielp me en gaf me Sela met ‘Ik zal er zijn’. Ik voelde me gedragen door God en huilde. Ik wist dat Hij er voor me was. En ook altijd zou zijn.

Na 1 uur en 35 minuten bereikte ik Chalet Reynard. Tijd voor het zwaarste stuk, de laatste 6 kilometer in het niemandsland. Op de maan. Mijn vader wachtte me op en coachte me. “Dit is 8%, blijf trappen, blijf ademen. De eerste kilometer is al gedaan. We gaan naar 11%, kijk eens dat kun je ook. Alweer twee kilometer van de zes, nog maar vier te gaan.”

De eerste 3 kilometer gingen goed. Halverwege. Even op adem komen, stretchen en door. Een kort herstelmoment in een bocht en weer richting de 9%. Ik dacht dat ik een lekke band had, dat mijn achterrem aanliep. Het ging trager en trager en de kramp kroop omhoog vanuit mijn kuiten.

P1000955

Nog 1,5 kilometer. Even stoppen. Het eindpunt, het weerstation is in zicht. Op de fiets. Een duw van mijn vader waarna ik meteen weer stil val. We bereiken het monument van Tommy Simpson. Ik klim omhoog, kijk even naar de namen, de bidons. huil. De tranen komen zonder dat ik het wel. Ik kan niet meer. Ik wil niet meer op die fiets stappen. Ik wil het niet meer.

Mijn vader zegt: ‘kom op, daar is de streep. Nu kun je niet meer opgeven’. Maar ik zie alleen een ellenlange weg die omhoog loopt. Steeds maar weer omhoog loopt. Een kilometer waar geen eind aan komt. Een kilometer die meer dan 8% stijgt. Een kilometer die ik niet wil afleggen op het zadel. Ik wil weg hier. Ik haat die fiets. Ik ben helemaal kapot.

Tegen mijn vader zeg ik: ga maar, ik loop. Nee, volgens hem telt dat niet maar elke vezel in mijn lijf verzet zich tegen op dat zadel klimmen. Hij fietst verder. Ik loop. Mijn achillespees doet zeer, mijn kuiten lopen vol. Ik denk aan alles wat ik heb overwonnen. De operatie, de chemo, de burn-out, de hormoontherapie. Ik loop door.

P1000949

Ik denk niet meer. Ik hoor de stemmen van mijn vrienden op de top. Ik loop. Op mijn wielerschoenen. Tik, tik. En ik duw mijn fiets voort. Tegen de fotograaf die net onder de top staat, zeg ik nee. Ik loop verder. Die laatste bocht, meer dan 12%. Ik heb er vrede mee dat ik loop. Dit had ik echt niet meer kunnen fietsen.

Boven staan mijn man, mijn vader, mijn vrienden. Ik fiets voor de show en voor de foto 10 meter en stap dan af. Met mijn hoofd op het stuur huil ik. Alleen. Ik snik, ik tril. Ik heb het gedaan. Mijn man komt naast me staan. Hij is trots. Hij slaat een arm om me heen.

Er is geen ‘ik kan niet’ en er is geen ‘onmogelijk’ meer. Ik reed vandaag de Mont Ventoux op. Mijn brandstof: geloof in mezelf. Onmogelijk bestaat niet meer.

P1000986

Leave a Reply

XHTML: You can use these tags: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>