Ride for Antoine

This week it’s been two years ago since Antoine Demoitié died in Gent-Wevelgem. I worked as a press officer for his team back then and I will never forget that week. His former teammates like Kenny Dehaes and Enrico Gasparotto remembered him too. Kenny won GP Denain with a #rideforantoine sticker on his helmet and Enrico tried to win in Catalunya because Antoine’s wife Astrid was there. The team still ride with #rideforantoine on their bikes. He will forever be part of Wanty-Groupe Gobert.

A death in a team of young, healthy people is something that leaves a huge impression. They ride their bikes and the staff accompanies them and support them in their jobs. Death is not part of the equation though cycling is a dangerous sport.

Gent-Wevelgem 2016 was on the final day of the Volta Catalunya. I covered that race for Eurosport and watched GW via twitter to see what the Wanty-Groupe Gobert guys did. They were all dropped in the crosswinds so I knew the sports director would be livid. Straight after the Volta finish I called him and he sounded distant and flat. He said something happened during the race with Antoine and that it was bad.

I drove home and called the team manager. I had already decided to leave the team due to other reasons but promised to stay on during the all important classics season. He said three words and I will never forget them: “Il va mourir.” He will die. I went upstairs and cried in my husband’s arms. Those were the only tears for a few days. I got to work.

The guys at the Barcelona airport texted me. I promised to leave all communication with the team and riders to the team manager. Lying to the riders was hard but we had to try and control the narrative. They knew because Gaetan Bille was Antoine’s best friend and he was in Barcelona. But I couldn’t tell them.

I was eerily calm and composed those days. So much to do. That night many media outlets called. Antoine was declared dead on social media when he was not. That has profoundly changed me as well. Yes he was in the news but he was also a husband, a son, a brother.

Just after midnight Antoine was taken off life support. His organs were donated.

The days that followed were about controlling the narrative, bringing Antoine’s personality to the front and steer away from the blame game. His family has thanked me for that and that means a great deal to me.

The day after Antoine died was a hectic day. Gent-Wevelgem is in the midst of the Classics season and all the press had gathered in Belgium. We needed to do a press conference and chose De Panne to do so. I entered the hotel and saw the sports director and the team manager. Big men who were crying. Many of Antoine’s teammates were there. I took control but God knows where I found that strength. The press conference went down in a blur. I translated, asked questions, helped the riders and staff voice their feelings. I didn’t cry.

Tuesday I drove home. I worked long hours that week. De Panne was cancelled for the team but Tour of Flanders was on that Sunday and we wanted to honour Antoine. We did in a big way. In t-shirts bearing his image, there was a minute of silence on the Markt in Bruges. It was the longest minute of the day. It still gives me goosebumps to see the images. So many people rallying behind those eight guys on that podium.

With incredible strength Marco, Frederik, Jérôme, Kenny, Tom, Bjorn, Kevin and Dimitri rode for Antoine that day, the staff did their jobs but it was hard for everyone. Dimi even managed a top ten place in the race. Tears after the finish line: his, mine, the cycling world’s.

I drove from Flanders to Wallonie, where Antoine was from. A small church could never house the amount of people attending his funeral the day after Flanders. Hundreds of people waited outside. I sat first row, just behind Brian Cookson and Wouter Vandenhaute.

This was a big thing but it was very small and intimate too. The personal stories of Astrid, his wife, Antoine’s sisters, his friends and best man Gaetan Bille. The love for Antoine was palpable. This was a well loved guy in a lightly coloured casket in the middle of the church where they had gotten married six months before. This should never have happened but it did. His team mates and I sat in silence. I saw tears running down their faces. My tissues had ran out. So much pain and so much love in one place. The biggest contradiction you can imagine.

I think of Antoine sometimes, like I think of Stig, who lived, and Daan who died. It changed me as a person. The day after the funeral I left the team for reasons unrelated to this event but for one day it felt like a team: we were there for each other. I was really grateful that I had stayed on to do this. It was hard but I was also proud of what I had achieved that week

About once a year I drive to or through Wallonie I visit his grave. It’s a small churchyard not far off the main road. Cycling memorabilia line his grave: memories from his teammates and friends. Antoine was a vibrant guy, a well loved guy, a family man with a contagious smile. I will never forget that smile.

Ride for Antoine today!

Doei 2016

Onze verontschuldigingen, dit bericht is alleen beschikbaar in English.

18 augustus

10407287_762038377197863_1020121812843857826_n

Het is vandaag 18 augustus. Nou en, zul je denken maar voor mij is deze dag bijzonder. Op 18 augustus 2012 zat ik voor het eerst achter de microfoon bij Eurosport om een wielerwedstrijd te becommentariëren: de ploegentijdrit van de Vuelta. Movistar won.

We zijn nu drie jaar verder en als ik even een moment stil ga staan, mijn hoofd omdraai en op de weg die achter me ligt, kijk, word ik er een beetje stil van. Wat een enorme kans heeft Eurosport mij gegeven om dit werk nu te mogen doen. Wielercommentator zijn. Het was zo onmogelijk en ver van mijn bed om het zelfs maar een droom te kunnen noemen.

Nu ben ik bezig met mijn derde seizoen en het eerste volledige seizoen als hoofdcommentator bij Eurosport (samen met collega Jeroen). Het was niet altijd eenvoudig, er was (terechte) kritiek maar er waren ook heel, veel lieve woorden en complimenten . Ik heb veel moeten leren en gelukkig leer ik nog elke dag bij.

Ik heb vooral veel over koers geleerd van mijn lieve co-commentatoren Bobbie, Karsten, Dirk, Michel en Nick die me elk op hun manier weer hebben geholpen maar ook van alle ploegleiders, mechaniekers, de vrienden van Shimano, soigneurs en (oud)-renners die ik in de loop der jaren sprak en mocht leren kennen.

Er bestaat geen opleiding tot wielercommentator. Ik heb niet gekoerst en heb er ook totaal geen talent voor. Wielrennen is echter wel mijn passie en als ik ergens gepassioneerd over ben, wil ik leren. Heel veel leren.

Ik ben deze weg pas net ingeslagen en soms neem je al deze gebeurtenissen al voor lief. Dan wordt het ongewone gewoon. Dit is nu mijn werk. Ik mag vertellen over de schoonheid van de koers en over de renners die ik bewonder. Ik mag vertellen over de mooiste landen, de lekkerste lokale gerechten en de interessante verhalen uit de geschiedenis. Dat dit mij gelukt is, is wonderlijk en een zegen. Ik ben er intens dankbaar voor.

Als je steeds opnieuw durf te dromen, reikt je droom tot voorbij de nacht. Kun je meer dan je altijd dacht. 

Kan niet en onmogelijk

Een week geleden deed ik iets wat ik nooit voor mogelijk had gehouden. Ja ik ben sterk, en ja ik heb een goede conditie maar ja, ik weeg ook bijna 100kg.

Anderhalf geleden kreeg ik mijn eerste racefiets. Als wielercommentator vond ik het een grote meerwaarde om zelf te gaan fietsen. Ik leerde er veel van.

Al snel ontdekte ik dat zelfs de kleinste stijginspercentages een uitdaging waren. Nee, laat mij maar tegen de wind in fietsen en nee, 50-60km is echt de max. Ik dacht in: ‘kan niet’ en ‘onmogelijk’.

In de weken voor de vakantie in de Provence fietste ik met mijn vader twee tochten. Die 60 kilometer werden er 70, zonder pauze. De snelheid ging omhoog maar belangrijker nog, het vertrouwen groeide door de coaching van mijn vader: de man waar mijn liefde voor het wielrennen ooit begon als klein meisje.

In Frankrijk deden we zondag een eerste verkenning. De Mont Ventoux torende boven ons uit. Hij was overal te zien als een treiterend mannetje dat zegt: kom maar, probeer het maar. Nee, ‘kan niet’ en ‘onmogelijk’.

10421155_728026833932351_2612336113137822390_n

Maar de eerste klim, de Madeleine, ging soepel. Zonder te pauzeren haalde ik de top. Ik was zo blij. Geen hyperventilatie, geen sterretjes voor mijn ogen en geen angst voor het klimmen waar ik in Limburg zo’n last van had. Nee, ik klom rustig en genoot.

De tweede tocht vond ik het jammer dat de klim al voorbij was. Ik zat net lekker in de ‘zone’. De derde dag leerde ik dat ondanks ongelooflijk zware benen, je daar toch doorheen kunt fietsen. Weer een wijze les. En het was pas dinsdag.

1796633_728026330599068_2447587576597312058_n

Op donderdag reden mijn vader en ik een mooie tocht door de Gorges de la Nesque, een klim van meer dan 20 kilometer. Ik reed hem fluitend, ik, die de Camerig al het meest gruwelijke vond wat ik ooit kon denken. Ik zou het gaan doen: die zaterdag, de Ventoux.

Vrijdag een rustdag maar ik sliep slecht. Ondanks de aanmoedigingen en ondanks het geloof dat mijn man, mijn vader en iedereen in mij stelde, kwam het ‘ik kan dit nooit-spook’ me bezoeken die nacht.

Het werd zaterdag en het weer was prachtig. We reden naar Sault. Nog even een zenuwachtig plasje in het meest smerige openbare toilet dat je je kunt voorstellen en dan van start.

Al snel waren mijn metgezellen uit het zicht verdwenen. Dit was iets wat ik alleen moest doen. Ik en de pedalen, het ritme in mijn hoofd en het gevecht tegen mijn gedachte: ‘je bent toch veel te dik om ooit een berg op te fietsen’. ‘Kan niet’ en ‘onmogelijk’.

Het was een zwaar begin ondanks de bescheiden stijgingspercentages. Maar het deed pijn. Al vanaf mijn vroegste sportcarrière, ik was een fanatiek en niet onverdienstelijk zwemmer, was ik een diesel. Op de fiets kom ik pas na een uur op gang. Maar dat eerste uur is het wel vechten tegen het willen opgeven.

P1000914

Na 55 minuten stopte ik. Tijd voor een reepje. Het deed pijn en de percentages gingen omhoog. De Spotify-playlist hielp me en gaf me Sela met ‘Ik zal er zijn’. Ik voelde me gedragen door God en huilde. Ik wist dat Hij er voor me was. En ook altijd zou zijn.

Na 1 uur en 35 minuten bereikte ik Chalet Reynard. Tijd voor het zwaarste stuk, de laatste 6 kilometer in het niemandsland. Op de maan. Mijn vader wachtte me op en coachte me. “Dit is 8%, blijf trappen, blijf ademen. De eerste kilometer is al gedaan. We gaan naar 11%, kijk eens dat kun je ook. Alweer twee kilometer van de zes, nog maar vier te gaan.”

De eerste 3 kilometer gingen goed. Halverwege. Even op adem komen, stretchen en door. Een kort herstelmoment in een bocht en weer richting de 9%. Ik dacht dat ik een lekke band had, dat mijn achterrem aanliep. Het ging trager en trager en de kramp kroop omhoog vanuit mijn kuiten.

P1000955

Nog 1,5 kilometer. Even stoppen. Het eindpunt, het weerstation is in zicht. Op de fiets. Een duw van mijn vader waarna ik meteen weer stil val. We bereiken het monument van Tommy Simpson. Ik klim omhoog, kijk even naar de namen, de bidons. huil. De tranen komen zonder dat ik het wel. Ik kan niet meer. Ik wil niet meer op die fiets stappen. Ik wil het niet meer.

Mijn vader zegt: ‘kom op, daar is de streep. Nu kun je niet meer opgeven’. Maar ik zie alleen een ellenlange weg die omhoog loopt. Steeds maar weer omhoog loopt. Een kilometer waar geen eind aan komt. Een kilometer die meer dan 8% stijgt. Een kilometer die ik niet wil afleggen op het zadel. Ik wil weg hier. Ik haat die fiets. Ik ben helemaal kapot.

Tegen mijn vader zeg ik: ga maar, ik loop. Nee, volgens hem telt dat niet maar elke vezel in mijn lijf verzet zich tegen op dat zadel klimmen. Hij fietst verder. Ik loop. Mijn achillespees doet zeer, mijn kuiten lopen vol. Ik denk aan alles wat ik heb overwonnen. De operatie, de chemo, de burn-out, de hormoontherapie. Ik loop door.

P1000949

Ik denk niet meer. Ik hoor de stemmen van mijn vrienden op de top. Ik loop. Op mijn wielerschoenen. Tik, tik. En ik duw mijn fiets voort. Tegen de fotograaf die net onder de top staat, zeg ik nee. Ik loop verder. Die laatste bocht, meer dan 12%. Ik heb er vrede mee dat ik loop. Dit had ik echt niet meer kunnen fietsen.

Boven staan mijn man, mijn vader, mijn vrienden. Ik fiets voor de show en voor de foto 10 meter en stap dan af. Met mijn hoofd op het stuur huil ik. Alleen. Ik snik, ik tril. Ik heb het gedaan. Mijn man komt naast me staan. Hij is trots. Hij slaat een arm om me heen.

Er is geen ‘ik kan niet’ en er is geen ‘onmogelijk’ meer. Ik reed vandaag de Mont Ventoux op. Mijn brandstof: geloof in mezelf. Onmogelijk bestaat niet meer.

P1000986

Hooked

Niet beschikbaar in Nederlands